uitnodigen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
uitnodigen
Uitspraak: /ˈœytˌnoːdɪɣə(n)/
Voorbeeld
Zij wil al haar vrienden uitnodigen voor het feest.
Vervoeging
iknodig uit
jijnodigt uit
hijnodigt uit
wijnodigen uit
jullienodigen uit
zijnodigen uit
Verleden tijd
nodigde uit / nodigden uit
Voltooid deelwoord
hebbenuitgenodigd
Gebiedende wijs
nodig uit
Voorwaardelijke wijs
zou uitnodigen
Toekomende tijd
zal uitnodigen
Scheidbaar werkwoord