uitstellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
to postpone
Uitspraak: /ˈœytˌstɛlə(n)/
Voorbeeld
We moeten de vergadering uitstellen.
Vervoeging
ikstel uit
jijstelt uit
hijstelt uit
wijuitstellen
jullieuitstellen
zijuitstellen
Verleden tijd
stellde / stellden
Voltooid deelwoord
hebbengeuitstelld
Gebiedende wijs
stell
Voorwaardelijke wijs
zou uitstellen
Toekomende tijd
zal uitstellen
Scheidbaar werkwoord