uitstrekken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
stretch out
Uitspraak: /ˈœytˌstrɛkə(n)/
Voorbeeld
Hij strekt zijn armen uit om te rekken.
Vervoeging
| ik | strek uit |
| jij | strekt uit |
| hij | strekt uit |
| wij | uitstrekken |
| jullie | uitstrekken |
| zij | uitstrekken |
Verleden tijd
strekkte / strekkten
Voltooid deelwoord
hebbengeuitstrekkt
Gebiedende wijs
strekk
Voorwaardelijke wijs
zou uitstrekken
Toekomende tijd
zal uitstrekken
Scheidbaar werkwoord