valideren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
validate
Uitspraak: /ˌvaːliˈdeːrə(n)/
Voorbeeld
We moeten de gegevens eerst valideren.
Vervoeging
ikvalideer
jijvalideert
hijvalideert
wijvalideren
jullievalideren
zijvalideren
Verleden tijd
validerde / validerden
Voltooid deelwoord
hebbengevaliderd
Gebiedende wijs
valider
Voorwaardelijke wijs
zou valideren
Toekomende tijd
zal valideren