vasthouden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
vasthouden
Uitspraak: /ˈvɑst.ˌɦʌu̯.də(n)/
Voorbeeld
Kun je de deur voor me vasthouden?
Vervoeging
ikhoud vast
jijhoudt vast
hijhoudt vast
wijvasthouden
jullievasthouden
zijvasthouden
Verleden tijd
hield vast / hielden vast
Voltooid deelwoord
hebbenvastgehouden
Gebiedende wijs
houd vast
Voorwaardelijke wijs
zou vasthouden
Toekomende tijd
zal vasthouden
Scheidbaar werkwoord