vechten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
fight
Uitspraak: /ˈvɛxtə(n)/
Voorbeeld
De kinderen begonnen te vechten om het speelgoed.
Vervoeging
ikvecht
jijvecht
hijvecht
wijvechten
jullievechten
zijvechten
Verleden tijd
vocht / vochten
Voltooid deelwoord
hebbengevochten
Gebiedende wijs
vecht
Voorwaardelijke wijs
zou vechten
Toekomende tijd
zal vechten