veranderen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
veranderen
Uitspraak: /vəˈrɑndərə(n)/
Voorbeeld
Het weer kan snel veranderen.
Vervoeging
ikverander
jijverandert
hijverandert
wijveranderen
jullieveranderen
zijveranderen
Verleden tijd
veranderde / veranderden
Voltooid deelwoord
hebbenveranderd
Gebiedende wijs
verander
Voorwaardelijke wijs
zou veranderen
Toekomende tijd
zal veranderen