verliezen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
verliezen
Uitspraak: /vərˈlizə(n)/
Voorbeeld
Ik wil deze wedstrijd niet verliezen.
Vervoeging
| ik | verlies |
| jij | verliest |
| hij | verliest |
| wij | verliezen |
| jullie | verliezen |
| zij | verliezen |
Verleden tijd
verloor / verloren
Voltooid deelwoord
hebben/zijnverloren
Gebiedende wijs
verlies
Voorwaardelijke wijs
zou verliezen
Toekomende tijd
zal verliezen