verpesten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
verpesten
Uitspraak: /vərˈpɛstə(n)/
Voorbeeld
Hij heeft het feestje verpest.
Vervoeging
ikverpest
jijverpest
hijverpest
wijverpesten
jullieverpesten
zijverpesten
Verleden tijd
verpestte / verpestten
Voltooid deelwoord
hebbenverpest
Gebiedende wijs
verpest
Voorwaardelijke wijs
zou verpesten
Toekomende tijd
zal verpesten