verrassen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
surprise
Uitspraak: /vərˈrɑsə(n)/
Voorbeeld
Ze wilden hun ouders verrassen met een cadeau.
Vervoeging
| ik | verras |
| jij | verrast |
| hij | verrast |
| wij | verrassen |
| jullie | verrassen |
| zij | verrassen |
Verleden tijd
verrasste / verrassten
Voltooid deelwoord
hebbengeverrasst
Gebiedende wijs
verrass
Voorwaardelijke wijs
zou verrassen
Toekomende tijd
zal verrassen