vertellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
vertellen
Uitspraak: /vərˈtɛlə(n)/
Voorbeeld
Hij wil me iets belangrijks vertellen.
Vervoeging
ikvertel
jijvertelt
hijvertelt
wijvertellen
jullievertellen
zijvertellen
Verleden tijd
vertelde / vertelden
Voltooid deelwoord
hebbenverteld
Gebiedende wijs
vertel
Voorwaardelijke wijs
zou vertellen
Toekomende tijd
zal vertellen