verwachten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
verwachten
Uitspraak: /vərˈvɑxtən/
Voorbeeld
We verwachten morgen regen.
Vervoeging
ikverwacht
jijverwacht
hijverwacht
wijverwachten
jullieverwachten
zijverwachten
Verleden tijd
verwachtte / verwachtten
Voltooid deelwoord
hebbenverwacht
Gebiedende wijs
verwacht
Voorwaardelijke wijs
zou verwachten
Toekomende tijd
zal verwachten