virus
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
virus
Uitspraak: /ˈviːrʏs/
Voorbeeld
Het virus verspreidde zich snel.
Meervoud
virussen
Verkleinwoord
virussje