voeden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
voeden
Uitspraak: /ˈvudə(n)/
Voorbeeld
De moeder moet haar baby voeden.
Vervoeging
ikvoed
jijvoedt
hijvoedt
wijvoeden
jullievoeden
zijvoeden
Verleden tijd
voedde / voedden
Voltooid deelwoord
hebbengevoed
Gebiedende wijs
voed
Voorwaardelijke wijs
zou voeden
Toekomende tijd
zal voeden