voorafgaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
precede
Uitspraak: /voːˈrɑf.ɣaːn/
Voorbeeld
Een goede planning moet aan het project voorafgaan.
Vervoeging
ikga vooraf
jijgaat vooraf
hijgaat vooraf
wijvoorafgaan
jullievoorafgaan
zijvoorafgaan
Verleden tijd
afgaande / afgaanden
Voltooid deelwoord
hebbengevoorafgaand
Gebiedende wijs
afgaan
Voorwaardelijke wijs
zou voorafgaan
Toekomende tijd
zal voorafgaan
Scheidbaar werkwoord