vooruitlopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
anticipate
Uitspraak: /voːˈrœytˌloːpə(n)/
Voorbeeld
Laten we niet op de zaken vooruitlopen.
Vervoeging
| ik | loop vooruit |
| jij | loopt vooruit |
| hij | loopt vooruit |
| wij | vooruitlopen |
| jullie | vooruitlopen |
| zij | vooruitlopen |
Verleden tijd
uitlopte / uitlopten
Voltooid deelwoord
hebbengevooruitlopt
Gebiedende wijs
uitlop
Voorwaardelijke wijs
zou vooruitlopen
Toekomende tijd
zal vooruitlopen
Scheidbaar werkwoord