vorig

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
vorig
Uitspraak: /ˈvoːrɪx/
Voorbeeld
Vorige week was ik op vakantie.
Vergrotende trap
voriger
Overtreffende trap
vorigst