vouwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to fold
Uitspraak: /ˈʋɑu̯.ə(n)/
Voorbeeld
Ze vouwt de was netjes op.
Vervoeging
| ik | vouw |
| jij | vouwt |
| hij | vouwt |
| wij | vouwen |
| jullie | vouwen |
| zij | vouwen |
Verleden tijd
vouwde / vouwden
Voltooid deelwoord
hebbengevouwen
Gebiedende wijs
vouw
Voorwaardelijke wijs
zou vouwen
Toekomende tijd
zal vouwen