vrijen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
vrijen
Uitspraak: /ˈvrɛi̯ə(n)/
Voorbeeld
Ze besloten om te vrijen bij het haardvuur.
Vervoeging
ikvrij
jijvrijt
hijvrijt
wijvrijen
jullievrijen
zijvrijen
Verleden tijd
vrijde / vrijden
Voltooid deelwoord
hebbengevrijd
Gebiedende wijs
vrij
Voorwaardelijke wijs
zou vrijen
Toekomende tijd
zal vrijen