want

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

voegwoorda1
Vertaling
want
Uitspraak: /ʋɑnt/
Voorbeeld
Ik ga naar huis, want ik ben moe.
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
want
Uitspraak: /ʋɑnt/
Voorbeeld
Ik blijf thuis, want het regent.