wedden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to bet
Uitspraak: /ˈʋɛ.də(n)/
Voorbeeld
Ik wed dat hij te laat zal komen.
Vervoeging
| ik | wed |
| jij | wedt |
| hij | wedt |
| wij | wedden |
| jullie | wedden |
| zij | wedden |
Verleden tijd
weddde / weddden
Voltooid deelwoord
hebbengeweddd
Gebiedende wijs
wedd
Voorwaardelijke wijs
zou wedden
Toekomende tijd
zal wedden