week
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
week
Uitspraak: /ʋeːk/
Voorbeeld
Ik ga volgende week op vakantie.
Meervoud
weken
Verkleinwoord
weekje