weerspreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to contradict
Uitspraak: /ˌʋeːrˈspreːkə(n)/
Voorbeeld
Hij durfde de leraar niet te weerspreken.
Vervoeging
| ik | weerspreek |
| jij | weerspreekt |
| hij | weerspreekt |
| wij | weerspreken |
| jullie | weerspreken |
| zij | weerspreken |
Verleden tijd
weersprekte / weersprekten
Voltooid deelwoord
hebbengeweersprekt
Gebiedende wijs
weersprek
Voorwaardelijke wijs
zou weerspreken
Toekomende tijd
zal weerspreken
Scheidbaar werkwoord