weggaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
weggaan
Uitspraak: /ˈʋɛxɣaːn/
Voorbeeld
We moeten nu weggaan.
Vervoeging
ikga weg
jijgaat weg
hijgaat weg
wijgaan weg
julliegaan weg
zijgaan weg
Verleden tijd
ging weg / gingen weg
Voltooid deelwoord
zijnweggegaan
Gebiedende wijs
ga weg
Voorwaardelijke wijs
zou weggaan
Toekomende tijd
zal weggaan
Scheidbaar werkwoord