weglopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
weglopen
Uitspraak: /ˈʋɛxˌloːpə(n)/
Voorbeeld
Het kind probeerde weg te lopen van huis.
Vervoeging
| ik | loop weg |
| jij | loopt weg |
| hij | loopt weg |
| wij | lopen weg |
| jullie | lopen weg |
| zij | lopen weg |
Verleden tijd
liep weg / liepen weg
Voltooid deelwoord
zijnweggelopen
Gebiedende wijs
loop weg
Voorwaardelijke wijs
zou weglopen
Toekomende tijd
zal weglopen
Scheidbaar werkwoord