wegsturen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to send away
Uitspraak: /ˈʋɛxˌstyrə(n)/
Voorbeeld
De leraar moest de leerling wegsturen.
Vervoeging
ikstuur weg
jijstuurt weg
hijstuurt weg
wijwegsturen
julliewegsturen
zijwegsturen
Verleden tijd
wegsturde / wegsturden
Voltooid deelwoord
hebbengewegsturd
Gebiedende wijs
wegstur
Voorwaardelijke wijs
zou wegsturen
Toekomende tijd
zal wegsturen
Scheidbaar werkwoord