wenen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to cry
Uitspraak: /ˈʋeːnə(n)/
Voorbeeld
Het kind begon te wenen toen het zijn speelgoed verloor.
Vervoeging
| ik | ween |
| jij | weent |
| hij | weent |
| wij | wenen |
| jullie | wenen |
| zij | wenen |
Verleden tijd
wende / wenden
Voltooid deelwoord
hebbengewend
Gebiedende wijs
wen
Voorwaardelijke wijs
zou wenen
Toekomende tijd
zal wenen