winnen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
winnen
Uitspraak: /ˈʋɪ.nə(n)/
Voorbeeld
Ze hopen de wedstrijd te winnen.
Vervoeging
ikwin
jijwint
hijwint
wijwinnen
julliewinnen
zijwinnen
Verleden tijd
won / wonnen
Voltooid deelwoord
hebbengewonnen
Gebiedende wijs
win
Voorwaardelijke wijs
zou winnen
Toekomende tijd
zal winnen