winter

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
winter
Uitspraak: /ˈʋɪn.tər/
Voorbeeld
In de winter is het vaak koud.
Meervoud
winters
Verkleinwoord
wintertje