woning
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
woning
Uitspraak: /ˈʋoːnɪŋ/
Voorbeeld
Ze hebben een nieuwe woning gekocht.
Meervoud
woningen
Verkleinwoord
woninkje