zaterdag
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
zaterdag
Uitspraak: /ˈzaːtərdɑx/
Voorbeeld
Zaterdag is mijn favoriete dag.
Meervoud
zaterdagen
Verkleinwoord
zaterdagje