zeggen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
zeggen
Uitspraak: /ˈzɛ.ɣə(n)/
Voorbeeld
Wat wil je zeggen?
Vervoeging
| ik | zeg |
| jij | zegt |
| hij | zegt |
| wij | zeggen |
| jullie | zeggen |
| zij | zeggen |
Verleden tijd
zei / zeiden
Voltooid deelwoord
hebbengezegd
Gebiedende wijs
zeg
Voorwaardelijke wijs
zou zeggen
Toekomende tijd
zal zeggen