zingen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
zingen
Uitspraak: /ˈzɪŋən/
Voorbeeld
Ze houdt ervan om onder de douche te zingen.
Vervoeging
| ik | zing |
| jij | zingt |
| hij | zingt |
| wij | zingen |
| jullie | zingen |
| zij | zingen |
Verleden tijd
zong / zongen
Voltooid deelwoord
hebbengezongen
Gebiedende wijs
zing
Voorwaardelijke wijs
zou zingen
Toekomende tijd
zal zingen