zon
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
zon
Uitspraak: /zɔn/
Voorbeeld
De zon schijnt fel op een zomerse dag.
Meervoud
zonnen
Verkleinwoord
zonnetje