zout
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
het
Vertaling
zout
Uitspraak: /zɑut/
Voorbeeld
Voeg een beetje zout toe aan de soep.
Meervoud
zouten
Verkleinwoord
zoutje
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
zout
Uitspraak: /zɑut/
Voorbeeld
De soep is te zout.