zuigen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
zuigen
Uitspraak: /ˈzœyɣə(n)/
Voorbeeld
De stofzuiger zuigt al het stof op.
Vervoeging
| ik | zuig |
| jij | zuigt |
| hij | zuigt |
| wij | zuigen |
| jullie | zuigen |
| zij | zuigen |
Verleden tijd
zoog / zogen
Voltooid deelwoord
hebbengezogen
Gebiedende wijs
zuig
Voorwaardelijke wijs
zou zuigen
Toekomende tijd
zal zuigen