zuster

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
zuster
Uitspraak: /ˈzʏs.tər/
Voorbeeld
Mijn zuster woont in Amsterdam.
Meervoud
zusters
Verkleinwoord
zustertje