aandragen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to suggest
Pronunciation: AHN-drah-ghən
Example
Hij wil graag een oplossing aandragen voor het probleem.
He would like to propose a solution to the problem.
Conjugation
ikdraag aan
jijdraagt aan
hijdraagt aan
wijdragen aan
julliedragen aan
zijdragen aan
Past tense
dragde / dragden
Past participle
hebbengeaandragd
Imperative
drag
Conditional
zou aandragen
Future
zal aandragen
Separable verb