aandringen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
to insist
Pronunciation: ahn-drin-guhn
Example
Hij bleef aandringen op een antwoord.
He kept insisting on an answer.
Conjugation
ikdring aan
jijdringt aan
hijdringt aan
wijaandringen
jullieaandringen
zijaandringen
Past tense
dringde / dringden
Past participle
hebbengeaandringd
Imperative
dring
Conditional
zou aandringen
Future
zal aandringen
Separable verb