aankondigen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
announce
Pronunciation: ahn-kon-dih-ghen
Example
De leraar kondigde een toets aan.
The teacher announced a test.
Conjugation
ikkondig aan
jijkondigt aan
hijkondigt aan
wijaankondigen
jullieaankondigen
zijaankondigen
Past tense
kondigde / kondigden
Past participle
hebbengeaankondigd
Imperative
kondig
Conditional
zou aankondigen
Future
zal aankondigen
Separable verb