aannemen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to assume
Pronunciation: AH-nay-mun
Example
Ze besloot het aanbod aan te nemen.
She decided to accept the offer.
Conjugation
ikneem aan
jijneemt aan
hijneemt aan
wijnemen aan
jullienemen aan
zijnemen aan
Past tense
nemde / nemden
Past participle
hebbengeaannemd
Imperative
nem
Conditional
zou aannemen
Future
zal aannemen
Separable verb