aanpakken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
tackle
Pronunciation: aan-pahk-ken
Example
We moeten dit probleem samen aanpakken.
We need to tackle this problem together.
Conjugation
ikpak aan
jijpakt aan
hijpakt aan
wijpakken aan
julliepakken aan
zijpakken aan
Past tense
pakte aan / pakten aan
Past participle
hebbenaangepakt
Imperative
pak aan
Conditional
zou aanpakken
Future
zal aanpakken
Separable verb