aanproberen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
try on
Pronunciation: ahn-proh-bay-ren
Example
Ik wil deze jas aanproberen.
I want to try on this jacket.
Conjugation
ikaanprobeer
jijaanprobeert
hijaanprobeert
wijaanproberen
jullieaanproberen
zijaanproberen
Past tense
proberde / proberden
Past participle
hebbengeaanproberd
Imperative
prober
Conditional
zou aanproberen
Future
zal aanproberen
Separable verb