aantrekken
Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry
verbb1
Translation
attract
Pronunciation: AHN-trek-ken
Example
Hij besloot een warme trui aan te trekken.
He decided to put on a warm sweater.
Conjugation
| ik | trek aan |
| jij | trekt aan |
| hij | trekt aan |
| wij | aantrekken |
| jullie | aantrekken |
| zij | aantrekken |
Past tense
trok aan / trokken aan
Past participle
hebbenaangetrokken
Imperative
trek aan
Conditional
zou aantrekken
Future
zal aantrekken
Separable verb