afdrukken

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
print
Pronunciation: af-dru-kken
Example
Kun je dit document voor mij afdrukken?
Can you print this document for me?
Conjugation
ikdruk af
jijdrukt af
hijdrukt af
wijdrukken af
julliedrukken af
zijdrukken af
Past tense
drukte af / drukten af
Past participle
hebbenafgedrukt
Imperative
druk af
Conditional
zou afdrukken
Future
zal afdrukken
Separable verb
nouna1
de
Translation
prints
Pronunciation: af-dru-kun
Example
De afdrukken van de schoenen waren duidelijk zichtbaar.
The prints of the shoes were clearly visible.