afleiden

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to distract
Pronunciation: af-lay-den
Example
Het lawaai leidde me af van mijn werk.
The noise distracted me from my work.
Conjugation
ikleid af
jijleidt af
hijleidt af
wijleiden af
jullieleiden af
zijleiden af
Past tense
leidde af / leidden af
Past participle
hebbenafgeleid
Imperative
leid af
Conditional
zou afleiden
Future
zal afleiden
Separable verb