baseren

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
to base
Pronunciation: ba-seer-en
Example
Hij baseert zijn mening op feiten.
He bases his opinion on facts.
Conjugation
ikbaseer
jijbaseert
hijbaseert
wijbaseren
julliebaseren
zijbaseren
Past tense
baseerde / baseerden
Past participle
hebbengebaseerd
Imperative
baseer
Conditional
zou baseren
Future
zal baseren