bekennen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb2
Translation
to confess
Pronunciation: buh-ken-nuhn
Example
Hij moest zijn fout bekennen.
He had to confess his mistake.
Conjugation
ikbeken
jijbekent
hijbekent
wijbekennen
julliebekennen
zijbekennen
Past tense
bekende / bekenden
Past participle
hebbenbekend
Imperative
beken
Conditional
zou bekennen
Future
zal bekennen