belonen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verba1
Translation
reward
Pronunciation: be-lo-nen
Example
Ze besloot haar hond te belonen voor goed gedrag.
She decided to reward her dog for good behavior.
Conjugation
ikbeloon
jijbeloont
hijbeloont
wijbelonen
julliebelonen
zijbelonen
Past tense
belonde / belonden
Past participle
hebbengebelond
Imperative
belon
Conditional
zou belonen
Future
zal belonen