bepalen

Look up any Dutch word — plurals, conjugated verbs, and comparatives all resolve to the right entry

verbb1
Translation
determine
Pronunciation: buh-pah-luhn
Example
We moeten de route van tevoren bepalen.
We need to determine the route in advance.
Conjugation
ikbepaal
jijbepaalt
hijbepaalt
wijbepalen
julliebepalen
zijbepalen
Past tense
bepaalde / bepaalden
Past participle
hebbenbepaald
Imperative
bepaal
Conditional
zou bepalen
Future
zal bepalen